Hij heeft het weer een beetje lastig de zoon. Het understatement van het jaar maar komaan. Ik probeer er zo ‘zen’ mogelijk mee om te gaan en met een kwinkslag of grapje zijn onrust en bezorgdheden weg te lachen maar ondertussen breekt mijn hart wel in een miljoen stukken.
Hij slaapt heel slecht in. Slapengaan duurt hier uren de laatste weken, soms is het ineens een half uur stil boven en denk ik ‘oef hij is vertrokken ‘ en vijf minuten later hoor ik toch weer het ondertussen zo vertrouwde geklop op de trapleuning. ‘toktok’ : ‘mama ik wil nog iets vertellen’, ‘mama ik heb hoofdpijn’, ‘mama ik kan niet slapen’, ‘mama ik heb dorst’, ‘mama ik heb nog honger’, ‘mama ik vind mijn knuffel niet’, ‘ mama wanneer kom jij slapen’. Mama mama mama. Kwaad worden helpt niet dus, niet. dan komt hij nog 10 keer meer naar beneden. Kort ingaan op zijnn vraag en hem terug naar bed sturen soms. Hem nog eens naar beneden halen en er efkens mee praten ook soms.
Geen idee wat er scheelt, voelt hij aan dat zijn laatste weken in de kleuterschool lopen en dat er daarna een groot nieuw onbekend avontuur lonkt? Of is het toch de schoolstart van zus die hem wat van zijn melk gebracht heeft? Toch de zomertijd die hem in verwarring brengt (‘elke avond diezelfde opmerking: mama mama de zon schijnt nog dan kan ik toch niet slapen). Ik hou m de laatste maand meer dan een uur langer op dan ervoor… anders lukt het helemaal niet. En on top of it all is zijn geliefde juf Nele ziek… en ze zal nog niet meteen terugkomen ook. Dat zorgt natuurlijk voor extra verwarring. ‘ik wil niet naar school’, ‘ik vind het niet leuk op school’, hoeveel keer zou ik die 2 zinnentjes sinds de paasvakantie al gehoord hebben…
Onze conversatie deze avond bij het slapengaan (tiemen heeft 2 serieuse wonden op z’n knie van te vallen met de fiets): ja kijk mama mijn knie is nu zo stijf, ik ga morgen écht niet dat hele lange pad op school kunnen lopen én dan nog eens de grote trap op, dat gaat echt niet lukken. En alle kindjes op school zijn zo wild, die gaan mij weer opzij duwen en dan ga ik vallen wéér op die knie en dat mag niet van jou hé. Dus ik zal best thuisblijven hé morgen samen bij jou. Dan kan ik tv kijken (kijkt hoopvol) of mss gewoon rustig met mijn auto’s spelen. En dan kan ik helpen om voor zusje te zorgen hé mama want als die ziek is dan kan jij wel hulp gebruiken hé. Ik ga thuisblijven morgen mama dat is het beste voor ons allemaal. Het is toch bijna zomervakantie, dat is niet zo erg als ik dan al thuisblijf.
Kràk zegt mijn hart dan. En het ene stemmetje in mij schreeuwt: laat dat kind toch thuisblijven, het steekt idd niet op die ene dag en nu kan het nog zo eens ‘brossen’ in de kleuterklas, volgend jaar gaat dat al veel moeilijker. Maar de rede in mij zegt dat hij net wél naar school moet, z’n eigen moet overwinnen daarin, hij amuseert zich dus echt wel op school hé overwegend, als ik m ga halen is hij toch altijd aan het spelen met een bendeken, ’tis niet dat hij in z’n eentje in een hoekje verdrietig zit te wezen.
En als hij dan zo enthousiast zit te vertellen dat hij tot een miljoen heeft moeten tellen bij de gokjuf ‘want dat moet ik kunnen ih eerste leerjaar’ of dat hij vandaag leren lezen en schrijven heeft en dus ineens naar het tweede kan
of met z’n oefenboekje afkomt ‘omdat ik nog wat lijntjes wil oefenen voor het eerste’ (z’n fijne motoriek in nog niet helemaal wat het moet zijn’ dan denk ik: o ja die is er zo klaar voor, voor die overstap. Maar als ik dan die andere zoon zie, die onzekere, gevoelige, huilerige kleine jongen dan weet ik het soms niet. Emotioneel mag hij toch nog een paar stapkes nemen tegen 1 september denk ik … nog 4 maand te gaan. Ik ben benieuwd wat het gaat geven.